320. De heupen van Algoratje

Nooit gedacht dat dorpsherder Don Camillo en zijn rode vriend Pepone vrouwelijke tegenhangers hebben, maar de vergelijking met Tari Ramia en Algora is treffend.

De eerste ontmoeting tussen Kameraad Algora en Doña Tari is zeer hartelijk. Nu we eindelijk voet aan wal hebben gezet in de Abruzzen ligt ons lot in hun bekwame handen.

Algora legt in ’t kort het reisplan voor aan onze Italiaanse gidse: “We overnachten 3 keer in Lido Riccio. Morgen is dag 4 van de reis. We gaan naar Chieti en bezoeken …, dag 5 Pescara en Popoli …, dag 6 Sulmona, het Maiella-gebergte, namiddag San Cemente …, blablabla …, we slapen dan in L’Aquila, dag 7 Nationaal Park … Coculla … Scanno, dag 8 L’Aquila …, blablabla …, dag 9 verlaten we de Abruzzen.”

De gelaatskleur van Tari evolueert van bleek via asgrauw, groen, onweersblauw naar vuurrood. Het enige wat ze kan uitbrengen is: “impossibile, assurdo, ridicolo, scandaloso.”

Nu krijgt Algora het pas goed op haar heupen: “Zo en niet anders, punt.”

Het is hier in Téramo waar onze zoektocht naar Felix van Cantalice begint, maar we durven nog niets vragen.

(foto: JL100-0636b)

061128-JL100_0636b

2 gedachten over “320. De heupen van Algoratje

Reacties zijn gesloten.